Jacqueline van Ham

"Broodjes op een kleedje"

De wekker van Jacqueline van Ham (46) gaat vijf dagen per week al om 3.45 uur zodat ze op tijd in de bakkerij kan zijn. Maar dat vindt Jacqueline helemaal niet erg. Ze werkt met heel veel plezier als leidinggevende op onze inpakafdeling.
Deze maand leggen we vijf vragen aan haar voor.

Wat van je het leukst aan je werk bij Bakkerij van Heeswijk?
“Oei, wat een moeilijke vraag. Ik vind zoveel dingen leuk. De afwisseling in het werk, mijn bezoekjes aan de winkels als ik ’s ochtends de bestellingen bezorg, het gezellige contact met mijn collega’s, en de werktijden. Want ik begin weliswaar vroeg – om 4.15 uur – maar ik ben ook op tijd weer klaar. En aangezien ik een ochtendmens ben, past dat goed bij mij.”

Breekt het niet op, zo vroeg opstaan?
“Helemaal niet. Ik ga elke avond tussen acht uur en negen uur naar bed. Dan ben ik fit als de wekker gaat. Ja, ik lig eerder in bed dan mijn kinderen, maar die gaan inmiddels hun eigen gang. En gelukkig ben ik een goede slaper. Ik word niet snel wakker als zij nog in huis rondlopen.”
 
Wat doe je als je vrij bent?
“Ik ben altijd aan het rommelen in en om het huis. Momenteel weck ik fruit bijvoorbeeld. Maar ik vind het ook leuk om eropuit te trekken met de fiets. Ik heb een racefiets en maak graag tochtjes met de ‘gewone’ fiets. Samen met mijn man of met vrienden. De ene keer fietsen we hier in de buurt, de andere keer zetten we de fietsen achter op de auto en rijden we naar een andere streek. We leggen fietsend gemiddeld zestig tot zeventig kilometer per dag af.”

Wat eet je onderweg?
“We zitten graag op een terrasje, maar picknicken doen we ook. Soms gaat dat spontaan en halen we onderweg de boodschappen, maar ik neem ook vaak eigen spullen mee. Heerlijk, gewoon een kleedje uitvouwen en genieten van lekker belegde broodjes.”
 
Wat koop je áltijd bij Van Heeswijk?
“Brood. Vijf stuks per week. Het maakt me niet uit welk brood. Dat bepaalt altijd een van mijn collega’s uit de winkel. Ik zeg elke week tegen hen: ‘Ik heb weer vijf broden nodig’. Zij kiezen die vervolgens en wij eten ze op. Persoonlijk vind ik alles lekker. Mijn zoons zijn ook niet moeilijk. En als ze het brood een keer niet zo lekker vinden, is dat jammer. De volgende dag hebben ze vast meer geluk.”